Sociaal onderzoek inzake buitenlands vermogen
Onze overheidsdienst heeft de nodige stappen ondernomen om de OCMW’s te ondersteunen bij het voeren van hun sociaal onderzoek met betrekking tot een buitenlands vermogen. Zo werd een aanvraag ingediend tot het verkrijgen van toegang tot de gegevens van de FOD Financiën inzake buitenlandse onroerende vermogens. Vanwege deze toegang zullen de OCMW’s op een eenvoudige en juridisch correcte wijze, meer informatie kunnen verkrijgen over het buitenlands onroerend vermogen van een steunaanvrager. De POD MI vernam dat verschillende OCMW’s recent door een externe firma werden gecontacteerd met het oog op het voeren van een buitenlands vermogensonderzoek. De POD MI herinnert u er echter aan dat een OCMW geen taak van het sociaal onderzoek mag toevertrouwen aan een externe firma. Deze praktijk is immers in strijd met de regelgeving en meer in het bijzonder met de volgende principes :
1) Het sociaal onderzoek is een taak die exclusief toekomt aan de maatschappelijk werker.
De OCMW-regelgeving stelt duidelijk dat het exclusief aan een maatschappelijk werker toekomt om het geheel van het sociaal onderzoek te voeren, met inbegrip van het inzamelen van informatie. Dit houdt in dat OCMW’s het opzoeken van informatie niet mogen delegeren aan een externe firma.
2) Maatschappelijk werkers en het overige personeel en de mandatarissen van het OCMW, zijn gebonden door het beroepsgeheim. Dat beroepsgeheim, vervat in artikel 458 van het Strafwetboek, moet nageleefd worden door maatschappelijk werkers, evenals door het overige personeel en de mandatarissen van het OCMW. Geen enkele wettelijke bepaling maakt het mogelijk om de opheffing van het beroepsgeheim van de maatschappelijk werker te rechtvaardigen wanneer die een beroep doet op de diensten van een externe firma.
Het OCMW dat een onderzoekstaak zou toevertrouwen aan een externe firma leeft noch de voorschriften van de OCMW-regelgeving, noch het Strafwetboek na.
Bron: E-cho POD MI 30 september 2020