Planbureau vreest fors meer leefloners
Tegen 2021 dreigen een record aantal van 159.000 Belgen een leefloon te ontvangen. Maar de werkelijke gevolgen van de coronacrisis is nog moeilijk te voorspellen. Ondanks de buffers van de verschillende overheden, zoals tijdelijke werkloosheid of overbruggingsrecht, vroeg een extra groep mensen toch leefloon aan bij het OCMW, het laatste vangnet in de sociale bijstand. De laatste officiële gegevens in juni waren 152.690 leefloners, tegenover 145.366 eind 2019. Volgens de overheidsdienst Maatschappelijke Integratie (POD MI) en het Federaal Planbureau ligt deze stijging met 5 procent in de eerste jaarhelft ver boven de gemiddelde stijging van 1,9 procent in januari-juni over de jaren 2011-2019. De extra groei is haast volledig te wijten aan de ‘lockdownmaanden’ maart en april, die nadien is blijven ‘kleven’ in de cijfers. Een bevraging door de POD MI bij de Belgische OCMW’s over hun cijfers in juli en augustus, suggereert een structureel effect. Eind augustus telden de OCMW’s nog 150.412 leefloners, terwijl de zomermaanden typisch een sterkere verbetering zouden moeten tonen. ‘Sommige cliënten gaan bijvoorbeeld naar het buitenland, of studenten met een leefloon keren terug naar hun familie. Maar dat speelt volgens Alexandre Lesiw, voorzitter van de POD MI, nu minder. Meer dan 320 OCMW’s namen deel aan de bevraging. Lesiw noemt ze ‘erg representatief’. Afhankelijk van de impact van de nieuwe lockdown sinds oktober, verwachten de POD MI en het Planbureau 155.700 tot 159.100 leefloners tegen eind dit jaar, een stijging tussen 7,2 en 9,4 procent tegenover eind 2019. Dat blijft een raming van een erg onvoorspelbare realiteit, maar voor Lesiw staat het vast dat de coronacrisis flink wat extra armoede veroorzaakt. Eerder zagen de voedselbanken het aantal hulpbehoevenden al met 20 procent toenemen (DS 12 november), vier op de vijf armoedeorganisaties zien meer mensen kampen met geldnood, sociaal isolement en mentale problemen (DS 2 november). ‘En ook wij, de laatste schakel in de ketting, zien de cijfers de verkeerde kant uitgaan,’ aldus Lesiw. Armoedewetenschapper Wim Van Lancker (KU Leuven) hoedt zich evenwel voor sterke conclusies. ‘De reële impact van de coronacrisis inschatten blijft voorlopig erg lastig, hoezeer sommige mensen in het veld ook gealarmeerd zijn. Ook deze nieuwe raming is wankel, vrees ik. Pas wanneer de overheid de huidige steunmaatregelen afbouwt, zal blijken hoe groot en permanent de schok is en voor welke groepen.’ In dat verband wijst de bevraging van de POD MI op een verschuiving, weg van een aanvullend leefloon naar een volledig leefloon. Mogelijk een indicatie dat vooral mensen die tevoren een klein inkomen (horeca, studentenjob) combineerden met een leefloon, nu al getroffen worden.
Nathalie Debast, woordvoerder van de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten (VVSG), vreest dat de stijgende cijfers een breder probleem verbergen. ‘We mogen niet vergeten dat er vrij strenge voorwaarden zijn om een leefloon te krijgen. Er is daarnaast een groep die voldoende inkomen is verloren om sommige rekeningen niet meer te kunnen betalen, maar te weinig om een leefloon te krijgen. Wat gebeurt er straks met die mensen?’ Lesiw bevestigt en verwijst naar het groeiende aantal dossiers schuldbemiddeling bij het OCMW in de zomerperiode. ‘De echte tragedie is dat mensen vaak te laat aankloppen voor hulp, misschien omdat ze dachten het nooit te zullen moeten doen. Tot die uitgestelde betalingen hen dieper en dieper duwen. Daarom ook onze oproep. Twijfel niet wanneer je problemen hebt en vraag of het OCMW je kan helpen. De federale regering heeft serieuze budgetten voorzien. We kunnen dus iedereen helpen die het nodig heeft.’
Bron: De Standaard 23 november 2020