‘de keuze is tussen arm en allerarmst. zo groot is de hulpvraag’
De vloer onder de middenklasse zakt weg. Wie het voordien al niet breed had krijgt door de coronacrisis een duwtje te veel. Klassieke hulp is er niet op voorzien. De coronacrisis belast niet alleen onze welvaart ongekend, maar ook het collectieve welzijn. Het virus verdiept bestaande ongelijkheden en creëert nieuwe. Het aantal nieuwe kwetsbaren is onbekend, maar dat het er veel zijn, daar zijn deskundigen het eens. Volgens armoedespecialist Peter Raeymaekers (UAntwerpen) gaat het om mensen die zichzelf nog niet ervaren als iemand die in armoede leeft. ‘Het gevoel van schaamte is groot. “Wij toch niet?”, is de eerste, verbaasde reactie.’ De Koning Boudewijnstichting onderbouwde het idee van een oplopend aantal ‘nieuwe kwetsbaren’ recent met een bevraging bij 500 armoedeorganisaties. Vier op vijf zagen hun doelpubliek toenemen: meer jongvolwassenen (+25%), meer éénoudergezinnen (+46%) en meer vluchtelingen (+22%). Ook signaleren ze 44% meer mensen van Belgische origine, die eerder nog niet bij hen aanklopten. Ze hebben gebrek aan voedsel, basishygiëne en vaak ook een dak of thuis. De organisaties beklemtonen dat het niet alleen over geld gaat, maar ook over eenzaamheid, extreem sociaal isolement en een kwakkelende mentale gezondheid. Overal in het land duiken bij Voedselbanken nieuwe gezichten op. Volgens Jeanine Weyckmans, vrijwilliger op de grens van Jette en Molenbeek, is de situatie vandaag zo precair dat er gekozen moet worden tussen arm en allerarmst. De toevloed bestaat vooral uit mensen die het voordien erg moeilijk hebben gehad, maar die de laatste jaren uit het dal waren gekropen. Zij tuimelen er nu opnieuw in vrije val in. Ook voor mensen zonder papieren is het dramatisch.’
Volgens Bea Cantillon (UAntwerpen) stijgt sinds de zomer het aantal mensen dat een beroep moet doen op schuldbemiddeling en tussenkomsten voor niet-medische hulpverlening. Alhoewel in de meest recente cijfers van de FOD Maatschappelijke Integratie vooralsnog geen noemenswaardige stijging van het leefloon te zien is, bereikte in Gent het aantal mensen met recht op een leefloon midden oktober het hoogste niveau in tien jaar tijd. Mina Mangré, regioverantwoordelijke Antwerpen voor de vzw Internationaal Comité, een koepelorganisatie van 350 etnisch-culturele verenigingen, ziet een toevloed van mensen die voedsel nodig hebben, in paniek zijn, geen papieren en geen werk meer hebben zonder dat ze recht hebben op tijdelijke werkloosheid en niet weten waar ze naartoe moeten. Niet alle voedselbanken zijn laagdrempelig, vele eisen een registratie of identiteitskaart. Volgen Peter Raeymaekers maakt het de rol van de sociaal werkers als ‘stille, maar noodzakelijke krachten’ des te belangrijker. ‘Hun inspanningen zijn tijdens de coronacrisis niet even zichtbaar als die van verpleegkundigen, maar ze zijn even noodzakelijk. Zij zijn vaak de eersten die merken waar het misloopt.’ Ook Heidi Degerickx, stafmedewerker armoedebeleid bij de Vrouwenraad, ziet de nood stijgen én de reguliere hulp tekortschieten. Volgens haar is het probleem niet alleen te wijten aan een te hoge drempel bij OCMW of CAW. ‘Mensen worden vandaag soms doorgestuurd omdat hun situatie “niet erg genoeg is”. Soms bereiken die diensten die mensen wel, maar herkennen ze de nood niet. Het is dan ook nieuwe armoede. Deze mensen beantwoorden niet aan het profiel van de “klassieke arme”. Ze hebben werk of bezitten nog een woning. Administratief blijven dat haves in plaats van havenots, ook al duwt corona die mensen almaar dieper in de schulden.’
Bron: De Standaard 2 november 2020